De Nederlandse benaming van de Punica Granatum is de Granaatappel.
De Punica Granatum of granaatappel komt voor in het Zuid-Oosten van het Middellandse Zeegebied, ook is hij inheems in Azïe. Hij heft een warm klimaat nodig om ten volle ter ontwikkeling te komen.
Daar groeit de struik uit tot wel meer dan 5 meter hoogte, bij ons wordt hij zonder snoeien niet veel hoger dan 3 meter. Komt van oorsprong ook voor op een hoogte van 2700 meter in de Himalaya en Zuid-Oost Azië.
Er zijn ook gele en witte varianten.De granaatappel is een zoet/zuur smakende vrucht en vol vitaminen. Als een rijpe vrucht, die leerachtig van structuur is,op de grond valt springen de zaden alle kanten op, vandaar de naam granaatappel.
In ons klimaat heeft hij wel een hele goede zomer nodig om af te rijpen, maar het is zeker niet uitgesloten.
Ook mag de bloeiwijze niet overgeslagen worden. De bloemen verschijnen in de zomer en zijn meestal zachtroze van kleur, na de bloei komen er rode ronde vruchten voor in de plaats.
De Mythologie en de Bijbel:
Een van de oude Semitische symbolen betreft de granaatappel. Een granaatappel stond toen voor een leven in overvloed. In het Babylonische rijk werd de vrucht opgediend bij huwelijksfeesten en stond symbolisch voor liefde en vruchtbaarheid.
Granaatappels staan symbool voor vruchtbaarheid vanwege hun vele zaden, maar ook voor de dood vanwege de rode kleur van het binnenste van de vrucht.
In de Bijbel (Tenach of Oude Testament) wordt de granaatappel vaak genoemd. In het Hooglied worden bijvoorbeeld de wangen van de vrouw vergeleken met een granaatappel.
De eerste afbeeldingen van de granaatappel boom zijn gevonden op graf schilderingen van de Egyptenaren van 2500 voor Christus."Toetanchamon" kreeg in zijn graftombe granaatappels mee om de wedergeboorte te bevorderen.
In China is het een van de drie gezegende vruchten van het boeddhisme. De granaatappel wordt daar gezien als een vrucht met geconcentreerde levenskracht.
Stijlen: Bijna alle Bonsai-stijlen zijn geschikt.Je kunt er ook erg mooie cascade van maken.
Standplaats: Volle zon. Hij is niet winterhard, daarom vorstvrij zetten!
Watergift: Dagelijks gedurende het groei seizoen in de zomer. Als men vruchten tot ontwikkeling wil laten komen, moet men die periode zelfs zeer veel water geven.
Voeding: Begin met bemesten vanaf het begin van het groeiseizoen totdat de boom begint te bloeien,om de 2 weken.
Verpotten: In het vroege voorjaar om de 2 jaar als de boom nog jong is. Gebruik een basis grond mengsel.
Snoei: Nieuwe scheuten terug snoeien tot het 2de blad. Korte stevige scheuten kunnen bloem dragen, die dus laten staan.