De Japanners werden de meesters van de Bonsai. Steeds nieuwe technieken en ook trends werden uitgevonden, en de bomen werden steeds verder gestileerd. Net als de Japanse-Tuinen, moesten de bonsai een miniatuur beeld geven van de natuur. Dennen zijn lang een klassiek onderwerp gewest voor Bonsai. Zo maakten ze "scrolls" , zoals hieronder te zien waarop dennen in Bonsai vorm in het wild voorkwamen.
Deze antieke "scroll" is uit eigen collectie.
De potten werden soberder om niet afleidend van de boom te zijn. De rijke edelen etaleerden in de nissen van hun theehuis hun favoriete bonsai, dit moemen ze een Tokonama-opstelling. Die composities werden verder verfraaid die met kalligrafieën of scrolls en suiseki (kijkstenen). Bonsai´s werden statussymbolen.
Nog steeds is Japan Bonsai land nummer één in de Bonsai-Geschiedenis. De Nederlanders begonnen zich in de jaren 1970 met bonsai bezig te houden.Ik weet nog heel goed de Floriade te herinneren uit die tijd, waar ik voor het eerst kennis maakte met het fenomeen Bonsai.
Eerst was alles nogal klungelig, waarbij alle technieken moesten hier opnieuw moest worden uitgevonden, daarna steeds professioneler. Aangetrokken door de opmars (ook commercieel) van de bonsai, sprongen de kwekerijen, voornamelijk in Indonesië en China, de pseudo-bonsai uit de grond.Vooral de Bonsai-voor-Binnen won veel terrein de Westerse landen.
De Bonsai-voor-Buiten kwam in de West Europese landen ook langzaam op gang. Men moest natuurlijk eerst ervaring opdoen. Iets wat tijd kost natuurlijk.

.jpg)



.jpg)


